Energy development

De bouw

Het windpark is gebouwd door Bouwcombinatie Egmond, een samenwerkingsverband tussen Ballast Nedam (inmiddels Van Oord) en Vestas. Beide bedrijven hebben uitgebreide ervaring in offshore windenergie.

Bouwcombinatie Egmond ontwikkelde een innovatieve methode voor de installatie van de windturbines. Voor het plaatsen van de stalen funderingspalen van de molens werd het hefschip de Svanen ingezet. Vervolgens werden met behulp van een kraanschip de masten van de molens en de windturbines geplaatst. 

De logistieke basis voor de bouwwerkzaamheden was de IJmondhaven van IJmuiden, aangezien deze in open verbinding staat met de zee. Hier zijn alle componenten van het offshore windpark verzameld, zijn alle onderdelen in elkaar gezet, zijn de kwaliteitscontroles uitgevoerd en zijn de onderdelen per schip naar de locatie op zee getransporteerd.

Fundering

Iedere windturbine staat op een funderingspaal. De funderingspaal is een grote stalen paal die in de zeebodem wordt geheid. De diameter van deze paal is 4,6 meter en de plaatdikte is 5-6 cm. De lengte van deze funderingspalen varieert tussen de 40 en 50 meter. Dit is afhankelijk van bodemgesteldheid en waterdiepte van de plek waar de paal geplaatst moet worden. De palen wegen ongeveer 250 ton per stuk. Na het heien zit de bovenkant van elke paal 5 meter onder de waterspiegel. De palen zijn dan ongeveer 30 meter de zeebodem in geslagen.

Voor het heien van deze enorme funderingspalen werd het hefschip ‘Svanen’ van Ballast Nedam ingezet. De ‘Svanen’ is een catamaran met een hijshoogte van 76 meter. Dit schip is in 1990 speciaal ontworpen en gebouwd voor de constructie van grote betonbruggen in o.a. Denemarken. Achter op het schip is een extra portaalkraan geplaatst. Met de kraan kon het schip een funderingspaal horizontaal optillen en dan verticaal op de zeebodem plaatsen. Hierna is de heihamer van bijna 300 ton op de paal geplaatst om de paal de bodem in te slaan. 

Tijdens het heien is gecontroleerd of de paal niet schuin staat. Op de funderingspaal is een tussenstuk van ongeveer 25 meter lang geplaatst dat ongeveer 13 meter boven water uitsteekt. Aan dit tussenstuk zitten onder andere werkplatforms, ladders en een afmeerconstructie voor bootjes vast. Het tussenstuk heeft een diameter van 4,3 meter en is in de bovenkant van de funderingspaal gestoken. De tussenruimte tussen de funderingspaal en het tussenstuk is opgevuld met cement. Dit zorgde voor een zeer sterke lijmverbinding tussen dit tussenstuk en de heipaal. Zodra het tussenstuk vastgelijmd was, haalde de ‘Svanen’ haar ankers op en voer naar de volgende plek. Het heien van een paal en plaatsen van het tussenstuk duurde een paar dagen. Daarnaast is er op de zeebodem om iedere heipaal een laag stenen gestort van 1,5 tot 2 meter dik om zo te voorkomen dat door stroming van het water het zand van de zeebodem verplaatst. 

Plaatsen toren & turbine

In totaal zijn er 36 windturbines gebouwd. Voor het plaatsen van de toren en de turbine van de windmolen is een kraanschip gebruikt. Dit schip kan ruim 100 ton tillen op een hoogte van ruim 80 meter. Door middel van het laten zakken van vier poten kan het schip zichzelf iets omhoogtillen, zodat het niet meer beweegt in de golven. Zo kan de kraan veilig worden gebruikt. Het schip meert af vlak naast een fundering en plaatst de 53 meter lange toren boven op het tussenstuk. De toren wordt met 140 bouten bevestigd. 

Daarna wordt het bovenste deel van de molen, de gondel, op de toren getild. In de gondel zit de generator van de windmolen en in de haven zijn vooraf al twee rotorbladen gemonteerd. De gondel weegt 108 ton. Ook de gondel wordt met bouten vastgezet aan de top van de toren. Dan wordt het derde blad opgetild en aan de gondel gezet.

Tot slot worden de elektriciteitskabels aangesloten aan de gondel, en start een uitgebreid testprogramma voordat de molens elektriciteit gaan produceren.

Kabels en aansluiting aan het nationale elektriciteitsnet

De windturbines zijn onderling verbonden met elektriciteitskabels die in de zeebodem gegraven liggen. Aan de buitenkant van elke funderingspaal is een buis gemonteerd waardoor de elektriciteitskabel vanuit de zee omhoog is getrokken. 

Het windpark is onderverdeeld in drie secties van 12 turbines. Om de elektriciteit die door de windturbines wordt opgewekt naar de Nederlandse huishoudens te krijgen, loopt er vanuit de drie windturbines die het dichtst bij de kust staan een aparte 34 kV kabel naar de kust. Deze kabels komen bij Wijk aan Zee aan land en worden onder het strand en de duinen getrokken in speciaal daarvoor aangelegde buizen. Deze komen uit in een transformatorstation waarin de elektriciteit naar hoogspanning van 150 kV wordt getransformeerd en wordt aangesloten op het landelijke elektriciteitsnet van TenneT. Hiervoor is het net uitgebreid met een 7 kilometer lange ondergrondse hoogspanningskabel van het transformatorstation via Wijk aan Zee door Beverwijk naar het koppelstation bij de elektriciteitscentrale in Velsen-Noord.

Veiligheid

Om te voorkomen dat onveilige situaties ontstaan in het offshore windpark en dat er schade ontstaat aan de windturbines is een veiligheidszone ingesteld. Deze veiligheidszone is 500 meter. Het windpark is op de zeekaarten inclusief de veiligheidszone weergegeven. De instelling van deze veiligheidszone betekent dat het windpark met de zone van 500 meter daaromheen gesloten is voor alle scheepvaart. Alleen onderhoudsschepen van NoordzeeWind en schepen in opdracht van de overheid mogen deze veiligheidszone betreden. Voor schepen die onderzoek doen voor het Monitorings- en Evaluatieprogramma geldt een uitzondering. 

Met de kustwacht en het gemeentelijk havenbedrijf zijn werkafspraken gemaakt over de markering, bewaking en handhaving van de veiligheid tijdens de exploitatie van het windpark.

Over

Dit eerste Nederlandse offshore windpark was een belangrijke stap voor beide bedrijven om expertise op te doen in deze vorm van duurzame energie. 

Naar de Over pagina